Holland weer vrij!

 

Holland weer vrij!      

O schoonste dag der dagen
De dag, de vijfde Mei,
Ons aller vreugde uit te dragen
In deze éne roep: Weer vrij!

De tirannen zijn verdwenen
Groot leeft in ons de haat.
Wat hebben deze ruwe handen
van Hollands grond gemaakt?

Wat is er van uw land
uw sappig groene weiden?
Wat is er van uw Volk
Dat zo heeft moeten lijden?

Wat is er van uw bossen
’t Glanzend mooie vee?
Wat is er van Uw dijken
Uw havens aan de zee?

Wat is er van uw huizen
De schoonheid van ’t land?
Wat heeft hij niet geschonden
met grove moord’naarshand.

Eén ding kon hij niet schenden
Ons land noemt men soms klein
Maar groter dan de groten
Kan ’t Volk van Holland zijn.

Jij kon ze trappen, stoten
Jij kon aan ’t plunderen slaan
Je kon ze zelfs vermoorden
Maar Hollands volk bleef staan.

Geen enkel wrede marteling
Is ’t land* bespaard gebleven.
Toch bleef de vrijheidsvaan
Hoog boven ’t hoofd geheven.

Ons hart is vol vertrouwen
Voor ’t ons zo dierbaar pand.
Wij zullen samen bouwen
voor ’t Volk van Nederland.**

O schoonste dag der dagen
De dag, de vijfde Mei,
Ons aller vreugde uit te dragen
In deez’ ene roep: Weer vrij!

          Gotenburg, 5 mei 1945

N.B. Dit gedicht is overgeleverd op een vergelijkbaar ruitjespapier dat is gebruikt bij de kopie van het gedicht ‘Smart’ dat is aangetroffen in de nalatenschap van medekampgenote Agnès de Beaufort (Voerst van Lynden, I. van, Alleen de toekomst kan je ontnomen worden. De oorlogsjaren van Agnès de Beaufort. Amsterdam, 2015 (eigen beheer). Daarnaast is er een getypte versie die hier als uitgangspunt dient. Er zijn enkele verschillen tussen beide versies.
* In de geschreven versie staat ‘u’ in plaats van ’t land’.
 ** In de geschreven versie staat ‘tot Heil van Nederland’ in plaats van ‘Voor ’t Volk van Nederland’.

Toelichting
Vaderlandsliefde was de revolutionair-socialisten doorgaans vreemd. De revolutie moest wereldwijd nagestreefd worden en was een internationale aangelegenheid. Daarentegen werd nationalisme beschouwd als bron van reactie, oorlog en fascisme.
Dit licht-chauvinistische lofdicht op Holland moet haast wel zijn voortgekomen uit Triens vreugde over de vrijheid. In het besef dat vele landgenoten net als zij zwaar te lijden hebben gehad, is sprake van een collectieve bevrijding die in collectiviteit bezongen wordt. En is de nederlaag van de Duitsers een collectieve prestatie. Alle schoonheid van Nederland kon de vijand schenden, maar niet het Volk van Holland. Dat bleef staan, ondanks moord, plundering en marteling.

De wens van Trien om samen het land weer op te bouwen sluit daar naadloos bij aan en vloeit ongetwijfeld ook voort uit de verbroedering en saamhorigheid die in het kamp zijn ontstaan. Een opbouw zonder haar gefusilleerde partijkameraden, dat besef zal ze zeker gehad hebben. Maar voor het moment is er de vreugde, ‘in deez’ ene roep: Weer vrij!’.
Tot slot een opmerking over de wijziging die Trien bij het typen aanbracht in het gedicht. ‘Tot Heil van Nederland’ was kennelijk niet een gelukkig gekozen uitdrukking. Ze had het woord ‘Heil’ jarenlang uittentreure gehoord en het herinnerde haar alleen maar de Ravensbrück-tijd. Bij nader inzien ongepast dus om dit in een bevrijdingsgedicht op te nemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties