Aan Tineke Duvivier

Aan Tineke Duvivier

Nu de mensheid bloedt uit duizend wonden
Een angstkreet klinkt uit al die monden
Om Vrede!

Nu de harten worden stukgeslagen
Onze lieven ten grave worden gedragen
Zonder rede!

Nu de storm beukt en slaat
De wereld in haar voegen kraakt
Nu zeg ik jou

Jij bent een bloem in deez’ dorre woestijn
Jij kind wilt voor ons de oase zijn
Jij kleine vrouw

Zo zullen we samen trots en zonder klagen
Deze last tot Holland’s glorie dragen
Tineke mijn

Daar zullen we de harten samenbinden
Tot de mens in mensheid elkaar zal vinden
De Vrede zal zijn!

          Ravensbrück, januari 1945

 N.B. Dit gedicht is alleen in getypte vorm bewaard. Trien heeft naderhand de achternaam van Tineke verbeterd. Die was eerst gespeld als Duvirjer.

Toelichting
Wat is de reden van deze lofzang, die Trien zelf in januari 1945 heeft gedateerd? De gedachte aan een liefdesgedicht kwam op. Lesbische relaties waren in het kamp niet ongebruikelijk. Uit geen enkele andere bron zijn echter aanwijzingen of signalen te vinden die in het geval van Trien een dergelijke relatie bevestigen. Veel plausibeler is het dat zij, net als andere oudere gevangenen, kampmoederde over de bijna twintig jaar jongere Tineke.

Tineke Duvivier werd in op 2 maart 1910 geboren als Trijntje de Beer, in het Friese Tzummarum. Ze was het zesde kind in een gezin van acht. In 1935 trouwde ze met de Amsterdamse machinist Antonius Duvivier. Getrouwd met een machinist èn de naam Trijntje dragend: dat had zij in ieder geval met Trien gemeen. Tineke kwam in op 9 september 1944 aan in Ravensbrück, met het grote Vught-transport. Waar, wanneer en waarom ze was opgepakt is niet bekend. Na de oorlog heeft ze een tijd in Engeland (Birmingham) gewoond. Vandaaruit getuigde ze tegen de kamparts Anne Spoerry.
Volgens gegevens op internet is Tineke in 1998 overleden.[1]

In de donkerste periode van de oorlog en het kamp – ‘de mensheid bloedt’, ‘de harten worden stukgeslagen’, ‘de storm beukt, ‘de wereld kraakt’ – was zij voor Trien een troostrijk licht, de ‘bloem in de dorre woestijn’, ‘de oase’. Samen zouden zij volgens Trien de last van het kamp dragen totdat de geallieerden en Holland hadden gezegevierd. Dan zouden ze de harten samenbinden en zou de mens in mensheid elkaar vinden.
Ten minste één versregel in dit gedicht vraagt nog om een opmerking. Trien schrijft in de tweede strofe over de ‘lieven’ die ten grave worden gedragen. Blijkbaar vonden in januari 1945 al vriendinnen de dood. Was dat in de gaskamer, gebeurde dat op en andere wijze of was het misschien een natuurlijke dood, als gevolg van uitoutting, hoger of ziekte?

Trien en Tineke werden samen door het Zweedse Rode Kruis bevrijd. Wellicht behoorde Tineke tot de jongeren die samen met Mien Sneevliet en Trien in hetzelfde zomerhuisje in Zweden verbleven.[2] Of ze na terugkomst in het bevrijde Nederland nog samen de harten hebben kunnen binden, is niet bekend.

[1] Persoons- en gezinsgegevens op http://www.genealogieonline.nl. Artikel over Anne Spoerry op de website van Financial Times (https://next.ft.com): ‘A legendary flying doctor’s dark secret’, geschreven door John Heminway (22 mei 2010).
[2] Brief Mien Sneevliet, 8 mei 1945 (Archief Sal Santen, IISG, nr. 47b): ‘Trien en ik hebben een aardig stel ook jong goed om ons heen.’